Blog

Start   |   Blog

Wetswijzigingen per 1 januari 2019

Het leeuwendeel van de wetswijzigingen gaat in per 1 januari of 1 juli van ieder jaar. Een enkele keer wordt een uitzondering gemaakt door een nieuwe wet op 1 april of 1 oktober van een jaar in te laten gaan en nog uitzonderlijker met spoed op een andere datum.

Per 1 januari 2019 zijn er voor ondernemers een aantal zaken gewijzigd op belastingrechtgebied. Het tarief van de vennootschapsbelasting gaat omlaag. Dit gaat stapsgewijs.

Het lage BTW‑tarief is met onmiddellijke ingang verhoogd van 6% naar 9%. Ondernemers moeten hun administratie derhalve aanpassen en bij rekeningen die ontvangen worden dient goed gekeken te worden of het juiste BTW‑tarief is gehanteerd.

Vanaf 2019 kunnen bedrijven verliezen nog enkel voorwaarts verrekenen met de winsten en wel gedurende hooguit zes jaar. Verrekenen met verliezen uit het verleden is derhalve niet langer mogelijk.

Voor huizenkopers is het van belang om te weten dat kosten als advies-, notaris- of taxatiekosten niet meer meegefinancierd kunnen worden in de hypotheek. Maximaal 100% van de waarde van het huis kan middels hypotheek afgesloten worden.

Arbeidsrecht

Uiteraard wordt jaarlijks de hoogte van de uitkeringen aangepast. Zo is het bruto maximum dagloon per 1 januari 2019 voor uitkeringen van € 211,42 verhoogd naar € 214,28.

De maximale transitievergoeding bij ontslag is ten gevolge van de inflatie iets verhoogd. Dit was € 79.000,‑‑ en wordt € 81.000,‑‑ bruto.

Daarnaast is er goed nieuws voor kleine werkgevers. Per 1 januari 2019 is er namelijk een ruimere toepassing voor de overbruggingsregeling transitievergoeding. Kleine werkgevers die in een slechte financiële situatie terecht zijn gekomen en dientengevolge personeel moeten ontslaan, kunnen makkelijker in aanmerking komen voor de overbruggingsregeling waardoor een lagere transitievergoeding verschuldigd zal zijn. De grootste wijziging is dat de eis dat in elk van de drie boekjaren voorafgaand aan de ontslagprocedure een verlies moet zijn geleden is komen te vervallen. Dit is aangepast in die zin dat over het gemiddelde van deze drie boekjaren een negatief resultaat behaald moet zijn. Ook is de eis dat sprake moet zijn van een negatief eigen vermogen komen te vervallen. De overbruggingsregeling geldt tot 1 januari 2020. Kleine werkgevers kunnen dus zonder daarvoor gestraft te worden reserves opbouwen om transitievergoedingen uit te betalen en kunnen dan toch een beroep doen op de regeling.

Netherlands commercial court

In Amsterdam komt een nieuwe internationale handelskamer. Dit geldt zowel voor de rechtbank als voor het gerechtshof. Hier kan voor complexe internationale handelsgeschillen in het Engels geprocedeerd worden en ook de rechter zal in het Engels uitspraak doen. Het is een teken van de internationalisering van de maatschappij.

Uiteraard zijn er veel meer wijzigingen. Ondernemers kunnen dit efficiënt opzoeken bij ondernemersplein.nl.

Ook de website www.rijksoverheid.nl biedt voldoende informatie over de diverse wetswijzigingen per 1 januari 2019.

Lees meer...

Verzoek tot beperking van aansprakelijkheid Bow Jubail afgewezen

 

Op 23 juni 2018 is het zeeschip “Bow Jubail” in aanvaring gekomen met een steiger van LBC Tank Terminals in de 3e Petroleumhaven in Rotterdam, waardoor stookolie de haven is ingestroomd. De Rechtbank Rotterdam heeft vandaag, 9 november 2018, het verzoek van de eigenaar van de “Bow Jubail” tot beperking van de aansprakelijkheid afgewezen.

Bunkerverdrag

De eigenaar van de “Bow Jubail” had op grond van het Bunkerverdrag (Internationaal Verdrag inzake wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie) om beperking van de aansprakelijkheid verzocht. Het beperkingsbedrag conform het Bunkerverdrag zou 14.312.384 SDR bedragen (€ 17.163.951,39). Dit fonds zou onvoldoende zijn om de schade van alle benadeelden te compenseren.

CLC Verdrag

Tijdens de behandeling van het verzoekschrift op 28 september 2018 stond de vraag centraal of het incident bestreken werd door het Bunkerverdrag, dan wel door het CLC-verdrag. Het CLC-Verdrag is opgesteld voor olielekkages vanuit schepen die minerale oliën als scheepslading vervoeren of kunnen vervoeren. Het Bunkerverdrag is opgesteld voor lekkages van scheepsbrandstoffen vanuit alle zeeschepen van welk type dan ook.

De vraag die tijdens de mondelinge behandeling centraal stond was of de “Bow Jubail” onder de definitie van een schip in de zin van het CLC-verdrag viel. Daarbij was van belang of er zich nog residuen van olie aan boord van de “Bow Jubail” bevonden. De definitie in het CLC-verdrag luidt als volgt:

“alle zeeschepen en andere zeegaande vaartuigen, van welk type ook, gebouwd of aangepast voor het vervoer van olie in bulk als lading, met dien verstande dat een schip dat olie en andere soorten lading kan vervoeren alleen als een schip wordt beschouwd, wanneer het daadwerkelijk olie in bulk als lading vervoert en tijdens iedere reis na een zodanig vervoer, tenzij wordt aangetoond dat het geen residuen van zulk vervoer van olie in bulk aan boord heeft.”

De rechtbank heeft geoordeeld dat niet kon worden uitgesloten dat zich nog olieresiduen aan boord van de “Bow Jubail” bevonden en heeft het schip gekwalificeerd als een schip in de zin van het CLC-Verdrag. Derhalve komt aan de eigenaar van de “Bow Jubail” geen beroep toe op een beperking op grond van het Bunkerverdrag.

Het beperkingsbedrag op grond van het CLC-Verdrag is hoger dan het beperkingsbedrag op grond van het Bunkerverdrag en zal in casu 15.991.676 SDR bedragen. Daarnaast kunnen de belanghebbenden op grond van het CLC verdrag aanspraak maken op vergoeding uit het IOPC fonds. De maximale compensatie uit het IOPC fonds bedraagt 203 miljoen SDR. Dit zal voldoende zijn om alle benadeelden te compenseren.            

Het is goed om te constateren dat de rechtbank onze argumenten serieus heeft meegewogen en tot dit oordeel is gekomen. Mocht u zich nog niet als benadeelde partij hebben gemeld, dan is het aan te bevelen om dit alsnog te doen. Voor verdere vragen kunt u contact opnemen met ons kantoor via +31 (0)76 - 53 01 777 of via ons contactformulier in onder het kopje “Ons Team” op deze website.

Lees meer...
Co‑ouderschap, zorgkorting en kinderalimentatie

Co‑ouderschap, zorgkorting en kinderalimentatie

Afhankelijk van de mate van verdeling van de zorg- en opvoedtaken voor de kinderen kan bij voldoende financiële ruimte de alimentatieplichtige zorgkorting in mindering brengen op het te betalen bedrag ten titel van bijdrage in de kosten van opvoeding en levensonderhoud.

Lees meer...
Dierenmishandeling

Dierenmishandeling

Enige tijd geleden las ik een artikel in de krant over een Duits echtpaar dat gedurende de vakantie hun schildpad had vastgeketend aan een boom.

Lees meer...

Rijkswaterstaat test met flitspalen voor schepen

Rijkswaterstaat test met flitspalen voor schepen 

Rijkswaterstaat heeft aangekondigd om een proef te starten met flitspalen voor schepen. Deze proef zal plaatsvinden op het Prinses Margrietkanaal van 14 juni 2018 tot en met 16 juli 2018. Rijkswaterstaat wil testen of de camera’s in staat zijn om in de toekomst bestuurders van speedboten te betrappen indien zij harder varen dan de aldaar toegestane snelheid van 12,5 km/u. Als de software werkt, zullen de camera’s in de toekomst misschien ingezet worden om controles uit te voeren.

Handhaving

Indien Rijkswaterstaat voornemens is om op afstand de snelheidslimiet te handhaven door middel van de flitspalen, zal Rijkswaterstaat de geflitste motorboten moeten kunnen identificeren. 

Indien een auto geflitst wordt, wordt de eigenaar van de auto geïdentificeerd aan de hand van het kentekennummer. Voor motorboten is het slechts onder bepaalde voorwaarden verplicht om een registratieteken te hebben. 

Krachtens artikel 8.01 van het Binnenvaartpolitiereglement geldt slechts een registratieplicht voor ‘snelle motorboten’. Een motorboot wordt gekwalificeerd als een snelle motorboot indien deze harder kan varen dan 20 km/u ten opzichte van het water. Snelle motorboten dienen voorzien te zijn van een registratieteken dat bestaat uit verschillende letters en een nummer.

Motorboten die niet harder dan 20 km/u kunnen varen, hebben geen registratieplicht en hoeven derhalve ook niet van een registratieteken voorzien te zijn. Motorboten zonder registratieplicht kunnen echter wel de op het Prinses Margrietkanaal geldende snelheidslimiet van 12,5 km/u overschrijden. Indien dat gebeurt zal een niet geregistreerde motorboot niet op basis van het registratieteken geïdentificeerd kunnen worden. Rijkswaterstaat zal dan slechts ter plaatse de motorboot kunnen identificeren en vervolgens op basis van de foto en de snelheidsmeting een boete kunnen opleggen. 

Gelijkheidsbeginsel

Krachtens het gelijkheidsbeginsel dienen gelijke gevallen, op gelijke wijze behandeld te worden.

Het handhaven van de snelheidslimiet (op afstand) door middel van flitspalen zou betekenen dat slechts geregistreerde motorboten een boete opgelegd zouden kunnen krijgen, omdat slechts deze schepen geïdentificeerd kunnen worden op basis van het registratieteken. Deze wijze van handhaven zou wellicht in strijd kunnen zijn met het gelijkheidsbeginsel.

Heeft u nog vragen of opmerkingen, neem dan telefonisch contact op met ons kantoor via +31 (0)76 - 53 01 777 of vul ons contactformulier in onder het kopje “Ons Team” op deze website!

Lees meer...
Jurisprudentie arbeidsrecht. Disfunctioneren: geen verbeterplan maar toch ontbinding arbeidsovereenkomst

Jurisprudentie arbeidsrecht. Disfunctioneren: geen verbeterplan maar toch ontbinding arbeidsovereenkomst

Ontbinding wegens disfunctioneren
Werkgever heeft de mogelijkheid om de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst met een werknemer te ontbinden als sprake is van disfunctioneren aan de zijde van werknemer. In de wet (art. 7:669 lid 3 sub d BW) wordt dit als volgt geformuleerd: ‘’de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer’’. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan enkel worden ingewilligd indien voldoende vaststaat dat de werknemer disfunctioneert. Ook is noodzakelijk dat de werkgever de werknemer hiervan tijdig op de hoogte heeft gesteld en de gelegenheid heeft geboden tot verbetering, bijvoorbeeld door middel van een verbeterplan of traject.

Lees meer...
Huwelijksgoederengemeenschap met ingang van 1 januari 2018

Huwelijksgoederengemeenschap met ingang van 1 januari 2018

Als een van de laatste landen ter wereld kende Nederland tot en met 31 december 2017 als wettelijk stelsel de gemeenschap van goederen.

Lees meer...
Waar moet u op letten bij de aanschaf van een nieuwe scheepsmotor?

Waar moet u op letten bij de aanschaf van een nieuwe scheepsmotor?

Waar moet u op letten bij de aanschaf van een nieuwe scheepsmotor?

Lees meer...
Procesrecht. De rechtspraak digitaliseert: Programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI)

Procesrecht. De rechtspraak digitaliseert: Programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI)

 

Procesrecht. De rechtspraak digitaliseert: Programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI)

Nederland digitaliseert. De rechtspraak in Nederland dient aansluiting te vinden bij deze digitalisering van de samenleving. Procedures moeten sneller en eenvoudiger; dit is het doel van het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI). In 2020 procederen alle professionele procespartijen helemaal digitaal. De inwerkingtreding van KEI  vindt plaats in ‘stapjes’ sinds begin 2017.

Lees meer...
Wijzig het pensioen van uw personeel tijdig!

Wijzig het pensioen van uw personeel tijdig!

Bent u werkgever en hebben uw werknemers een pensioenregeling dan bent u vast ook onlangs weer voorzien van een nieuwe offerte. Immers, de pensioengerechtigde leeftijd is opgehoogd naar 68 jaar.

Lees meer...
De mening van een kind van twaalf (12) jaar een ouder in echtscheiding: doorslaggevend of niet?

De mening van een kind van twaalf (12) jaar een ouder in echtscheiding: doorslaggevend of niet?

De mening van een kind van twaalf (12) jaar een ouder in echtscheiding: doorslaggevend of niet?


Het idee dat een kind na een echtscheiding zelf mag kiezen waar hij of zij gaat wonen is een groot misverstand!

Lees meer...
Kindgebonden budget vermindert de behoefte aan partneralimentatie niet

Kindgebonden budget vermindert de behoefte aan partneralimentatie niet

Het kindgebonden budget, dat met ingang van 1 januari 2015 voor alleenstaande ouders zonder toeslagpartner verhoogd wordt met de alleenstaande ouderkop, is volgens de uitspraak van de Hoge Raad van 7 juli 2017 ECLI:NL:HR:2017:1273 bij uitsluiting bestemd voor het kind. Dit houdt volgens de Hoge Raad in dat het niet bedoeld is voor de verzorgende ouder om van te leven. Dientengevolge dient dit niet in mindering gebracht te worden op de behoefte aan partneralimentatie.

Lees meer...